Pavarotti, een Kerstverhaal, #12

Hoofdstuk 12

Bij de Visbanken is de opstapplaats van de boten.

‘Welkom, dame en heer’, groet de schipper als ze aankomen. Het is een grote, grofgebouwde man met een muts diep over zijn oren. Antonio legt het geld voor de rondvaart in grote want van de man.

‘Dank u wel’, zegt deze, ‘een behouden vaart.’

Liza moet een beetje lachen. De schipper doet net of ze een wereldreis zullen gaan maken. Achter elkaar lopen ze de korte loopplank op. Antonio springt als eerste in de boot en vangt daarna Liza op. Ze zoeken voorzichtig een plekje in de wiebelende open boot. Er is ongeveer plaats voor dertig personen. Halverwege de boot vinden ze een lege bank waar ze gaan zitten.

‘Kijk, er ligt hier een deken. Zullen we die maar over onze benen leggen?’ vraagt Antonio. Liza knikt. Het zal wel koud zijn als ze stilzitten. Handig drapeert Antonio de deken over hun benen en schuift tegelijkertijd wat dichter naar Liza toe.

‘Scheelt ook weer voor de kou’, lacht hij ondeugend.

Liza voelt dat ze een kleur krijgt. Ze is blij dat het donker in de boot is. Hoog boven hen op de gracht rijden auto’s langs, maar het licht van hun koplampen schijnt niet diep genoeg om de boot te verlichten. Een warm, romantisch gevoel stroomt ineens door haar heen. Het gevoel dat niemand haar hier ziet en dat ze naast iemand zit die ze, ja, die ze heel leuk vindt. Het maakt haar intens gelukkig. Tranen kruipen haar keel in en dapper probeert ze te lachen zonder dat de tranen uit haar ogen rollen. Kon dit maar echt waar zijn. Was Antonio maar een gewone man met een nette baan en opleiding. Een weemoedig gevoel maakt zich van haar meester en een koude wind strijkt langs haar hoofd. Ineens flapt ze eruit: ‘Ik wist niet dat zwervers het zich konden veroorloven om rondvaarten te maken.’

‘O, er zijn er die zoveel op een dag ophalen dat er best een tochtje af kan hoor.’

Liza kijkt hem van opzij aan. ‘Had je vandaag een goede dag?’

Antonio lacht. ‘Ik heb iedere dag een goede dag, maar vandaag is hij extra goed.’

Hij pakt haar hand in zijn grote wanten en even knijpt hij erin en glimlacht met zijn ogen dicht bij de hare. Ze voelt zich helemaal wegsmelten voor zijn blik en even vergeet ze wat ze van hem wilde weten.

De boot heeft zich ondertussen van de wal losgemaakt en vaart nu. De schipper galmt met zijn zware stem over het water. In de grachten zijn verlichte kunstwerken opgehangen en hij vertelt bij ieder schilderij wie het heeft gemaakt en wat het voorstelt. Liza laat het verhaal over zich heengaan. Haar eigen gedachten nemen haar in beslag. Ze zint op een vraag waarop Antonio een afdoend antwoord moet geven, zodat ze weet wie hij nu eigenlijk is en waar hij vandaan komt. Maar Antonio is haar al voor.

‘Soms denk ik dat je wel eens zou willen weten wat ik nu eigenlijk de hele dag uitspook, niet?’ fluistert hij bij haar oor als de schipper zijn mond even houdt.

Verrast draait Liza zich naar hem toe. ‘Ja, vertel eens’, probeert ze niet te gretig te zeggen. Maar ze ziet aan zijn glimlach dat ze zich verraden heeft.

‘Ik ben eigenlijk geen zwerver’, begint hij.

Geen zwerver, denkt Liza, en ze kijkt hem verontwaardigd aan. Heeft hij haar dan al die tijd voor de gek gehouden? Ze voelt zich langzaam boos worden. Verraden en kwaad kijkt ze hem aan.

‘Eigenlijk ben ik wel een zwerver’, zegt hij dan. Op Liza’s gezicht komt nu een groot vraagteken.

‘Nou ja’, zegt ze dan en perst haar lippen op elkaar. ‘Lekker ben jij, hoor.’

Ze kijkt wat in de boot rond. Ze ziet allemaal mensen die genieten van de tocht. Wat heeft haar toch bezield om met een halve zwerver mee te gaan? Ze heeft het gevoel dat deze avond een grote flop gaat worden en dat ze vanavond diep teleurgesteld in haar bed zal liggen en niet zal kunnen slapen, omdat ze zich wekenlang zo heeft aangesteld. Antonio heeft nog steeds met beide handen haar hand vast. Ze probeert zich los te maken uit zijn greep. Zijn handen sluiten zich steviger om de hare heen.

‘Doe eens niet zo boos, dan voel ik me verdrietig’, probeert hij haar over te halen om weer te glimlachen. ‘Wil je de rest van het verhaal niet horen?’

Liza kijkt hem weer aan. Rest van het verhaal? Dit is al erg genoeg.

‘Nou, vertel op’, zegt ze dan korzelig.

‘Voor mijn werk ben ik zwerver en in mijn vrije tijd ga ik boottochtjes maken met lieve meisjes.’

Liza’s ogen worden groter. Waar heeft hij het toch over?

“Ik studeer maatschappelijk werk, en dit is een manier voor mij om echt te begrijpen wat dak- en thuisloze mensen dagelijks meemaken. Daarom leef ik tijdelijk op straat, zodat ik makkelijker contact kan maken met andere zwervers en ze kan overhalen naar het inloophuis te komen, waar ze wat warmte en gezelschap vinden. Het mooiste vind ik nog om met hen te praten over de Heere Jezus, die zelf ook dakloos was. Ze begrijpen dat beter als ik het ervaar zoals zij dat doen. Als ik in nette kleren naar hen toe ga, zeggen ze vaak: ‘Schiet op joh, wat weet jij nou van ons leven op straat? Laat ons met rust.’ Daarom kies ik ervoor om op straat te leven, maar met een vangnet: als het soms te veel wordt, kan ik terecht bij vrienden die me een veilige plek om te slapen bieden.”

Liza zegt niets. Er staan tranen in haar ogen. ‘Sorry dat ik boos was daarnet. Ik voelde me verraden. Ik denk dat het komt omdat ik graag wat voor mensen zou willen doen die het moeilijk hebben, maar ik zie maar zo weinig mogelijkheden. En, voegt ze er schuldbewust aan toe, ik vind mijn luizenleventje ook wel erg fijn. Dat geef ik niet graag op.’

‘We kunnen ook niet allemaal op straat gaan lopen en ons als zwerver aanstellen. We kunnen ook niet allemaal fulltime in het inloophuis gaan werken. Wat we wel kunnen doen, is in onze directe omgeving goed zijn voor mensen die het minder hebben. Denk je dat ik je chocolademelk ben vergeten? Het gaf me net dat beetje moed om door te gaan, terwijl ik zag dat al die rijke mensen voor hun plezier bezig waren en verder aan niemand dachten. En je zuurverdiende geld met Kaarsjesavond? Ik heb er iets te eten voor gekocht voor een medezwerver. En de slaapplaats die je me gaf in de schuur? Het deed me heel goed te weten dat er zo’n lief meisje zo dicht in mijn buurt was.’

Liza voelt zich weer kleuren en voor ze weet wat er gebeurt, slaat hij zijn arm om haar heen en kust hij haar zacht op haar wang. Ze kijkt hem verlegen aan en legt dan haar hoofd op zijn schouder. Zo varen ze verder langs de met lichtjes versierde schepen in de Museumhaven. Het verhaal van de schipper ontgaat haar en de kou voelt ze niet. Ze geniet. Ergens in haar hoofd speelt de vraag hoe alles nu verder moet, maar hij verdwijnt snel naar de achtergrond. Veel te vlug is nu de boottocht ten einde en staan ze weer bij de Visbanken op de wal.

‘Zullen we nog naar het concert van ‘The Singing Family’ gaan in de Sint-Jan?’ stelt Antonio voor. Liza knikt en hand in hand lopen ze terug naar de kerk. Binnen is het lekker warm en ze zoeken een plekje in de hoge kerkbanken. De grote kroonluchters worden gedimd. Alleen het podium en het orgel zijn verlicht.

‘Weet je nog, van die nacht dat je viool speelde op het podium?’

Liza schiet in de lach.

‘Moet je niet meer doen hoor. Als het een andere zwerver was geweest, had die nu misschien naast je gezeten.’ Antonio kijkt haar afwachtend aan.

‘Nee’, zegt ze langzaam met een glimlach, ‘ik ga alleen mee met zwervers met goede bedoelingen en mooie ogen.’

Antonio’s ogen beginnen te stralen en even vergeten ze de andere mensen om zich heen. Dan gaat het orgel spelen en even later ook de piano. Liza droomt weg op de klanken van de muziek. Een zangeres in een prachtige zwarte avondjapon met goudblonde haren en schitterende sieraden begint gloedvol te zingen. Liza kent het lied van Chris Rice. Zacht wiegt ze mee op de klanken. Diep van binnen wordt ze geraakt door de tekst van het lied en weer voelt ze tranen in haar ogen. Weemoedig vraagt ze zich weer af hoe ze een zinnige invulling aan haar leven moet geven. Dan zingt haar hart mee met het refrein:

Carry your candle, run to the darkness

Seek out the helpless, confused, and torn

And hold out your candle for all to see it

Take your candle, and go light your world


‘Dit bedoel ik nou’, fluistert Antonio dicht bij haar oor. ‘Iedereen zijn eigen kaars. Sommige met een grote vlam, andere met een kleine. Samen een groot vuur. In een kerstboom doe je ook niet maar een enkel kaarsje, maar een heleboel. Dan is hij pas mooi. Dan kan hij pas echt licht geven.’

Liza knikt. Langzaam dringt de bedoeling tot haar door.


Einde