
‘Ik zou best eens met je willen ruilen’, zei Distel tegen Duizendschoon. ‘Het moet fantastisch zijn om door iedereen bewonderd te worden om je schoonheid en je heerlijke geur.’
‘Dat is goed’, zei Duizendschoon, ‘Ik kan wel wat rust gebruiken. Laten we gelijk maar omruilen.’
Vliegensvlug ruilden ze van bladeren en bloemen.
Duizendschoon voelde zich wat onwennig in haar nieuwe outfit. Voorzichtig tastte ze met haar bladeren aan haar bloemhoofd. Oei, dat prikte. Ze zou voorzichtig moeten wezen.
Distel voelde zich de koning te rijk en zwierde met zijn nieuwe jurk heen en weer.
Direct kwam Bij op hem afvliegen en landde op een van zijn bloemen.
‘Hallo Bij’, zei Distel, ‘ik ben Distel. Ik heb met Duizendschoon geruild.’
Bij keek Distel aan alsof zij wilde zeggen: ‘Ben je nu helemaal betoeterd?’
Toen vloog Bij weg om haar medewerkers de weg te wijzen naar de nieuwe Duizendschoon. Niet veel later landde een hele zwerm bijen op Distel. De lucht vulde zich met het geluid van tientallen motors.
Distel wapperde met zijn bladeren om de bijen weg te jagen, maar dat hielp niets. Horendol werd hij van het gezoem. Zijn oren suisden en hij schudde met zijn bloemen om de bijen te verhinderen te landen.
‘Ga alsjeblieft ergens anders heen’, riep hij, ‘ik word gek van jullie gebrom en gezoem.’
Aan de andere kant van de tuin stond Duizendschoon stilletjes in haar blauwige, stekelige gewaad.
‘Duizendschoon’, riep Distel, ‘zullen we weer omruilen? Ik kan niet meer tegen de herrie.’
‘Graag’, riep Duizendschoon terug, ‘het is hier zo stil. Ik word er gek van.’

Vliegensvlug ruilden ze weer om en Distel zuchtte opgelucht. Wat een heerlijke rust.
Aan de andere kant van de tuin stond Duizendschoon te genieten van de aandacht die de bijen haar gaven.